UPDATE: Nieuw Certificatieschema Opsporen van ontplofbare oorlogsresten (CS-Ooo)

0

Per 1 januari 2021 wijzigen diverse aspecten binnen de certificering van Opsporing Conventionele Explosieven, waaronder het vervangen van het huidige Werkveldspecifiek Certificatieschema voor het Opsporen van Conventionele Explosieven (WSCS-OCE) door het Certificatieschema Opsporen van ontplofbare oorlogsresten (CS-Ooo).

De belangrijkste veranderingen  vanaf 1 januari 2021 op een rij:

  • Inwerkingtreding van het nieuwe certificatieschema CS-Ooo;
  • Inwerkingtreding van het nieuwe privaatschema vooronderzoek en risicoanalyse;
  • Inwerkingtreding nieuwe registratieplicht voor personen die ontplofbare oorlogsresten opsporen en personen die arbeid verrichten met explosieve stoffen;
  • Examens voor het verkrijgen van certificaten CS-Ooo afgenomen door de Stichting Examinering VOMES;
  • Wijziging Arbobesluit met daarin verwijzing naar ‘Opsporen ontplofbare oorlogsresten’.

Enkele doorgevoerde wijzigingen binnen het CS-Ooo

  • De term ‘Opsporen conventionele explosieven’, ook wel ‘niet gesprongen explosieven’ genoemd, wordt aangepast naar ‘Opsporen ontplofbare oorlogsresten’;
  • Eisen rondom uitvoering van historisch vooronderzoek CE zijn niet langer opgenomen maar wordt ondergebracht in een privaatschema vooronderzoek en risicoanalyse;
  • Eisen aan deskundigheid van personeel wordt overgebracht naar een verplichte aparte persoonsregistratie (CS-Ooo) is ingericht vanuit grondslag accreditatienorm NEN-EN ISO/ IEC 17021-1:2015, gericht op managementsystemen);
  • Eisen aan certificerende instellingen zijn opgenomen in het certificatieschema (voorheen opgenomen in WDA&T).

Toelichting privaatschema vooronderzoek en risicoanalyse

Als gevolg van het besluit van het ministerie van SZW om eisen rondom het vooronderzoek niet langer op te nemen in het certificatieschema is besloten een vrijwillig certificatieschema vooronderzoek en risicoanalyse in te richten. Momenteel ligt een ontwerp ter beoordeling bij het werkveld om invulling te kunnen geven aan de wijziging van het Arbobesluit, hieronder toegelicht.

Registratieplicht

Vanaf 1 januari 2021 zal een registratieplicht gelden voor personen die werken met explosieve stoffen of personen die ontplofbare oorlogsresten opsporen. Om de overgang naar de nieuwe registratieverplichting soepel te laten verlopen zal er een overgangsregeling inwerkingtreden. Personen die ontplofbare oorlogsresten opsporen kunnen hun persoonscertificaten die zijn afgegeven volgens het WSCS-OCE gebruiken om een registratie Veilig Werken met Explosieve Stoffen aan te vragen voor de resterende geldigheidsduur van dat persoonscertificaat.

Wijziging Arbobesluit

Op 13 december 2019 is een ontwerp tot wijziging van het Arbobesluit gepubliceerd waarin een wettelijke onderzoeksplicht wordt ingesteld tot onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten (artikel 4.10 Ontplofbare oorlogsresten), te vinden in artikel 4.10 van het Arbobesluit gepubliceerd in het Staatsblad 2019, 471 van het Koninkrijk der Nederlanden. U kunt artikel 4.10 ook inzien door onderstaand op ‘Artikel 4.10 Ontplofbare oorlogsresten‘ te klikken. 

Zoals beschreven in de toelichting van de wijziging:

‘Met het nieuwe tweede tot en met zesde lid wordt een nadere invulling gegeven aan de artikelen 3 en 5 Arbowet. Werkgevers, zelfstandigen en opdrachtgevers, als bedoeld in artikel 2.26 Arbobesluit, dienen het risico van de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten te inventariseren en evalueren door onderzoek voor aanvang van de werkzaamheden.’

Een quickscan is als risico-inventarisatie voldoende, bij indicaties van aanwezigheid oorlogsresten welke gevaar kan opleveren voor de veiligheid of gezondheid van werknemers en derden dient nader onderzoek worden uitgevoerd bijv. door uitvoer van een historisch vooronderzoek of een risicoanalyse.

Artikel 4.10. Ontplofbare oorlogsresten

1. In dit artikel wordt verstaan onder:

  • ontplofbare munitie:

conventionele munitie die explosieve stoffen bevat als bedoeld in het protocol inzake ontplofbare oorlogsresten van 28 november 2003 (Trb. 2004, 227) met inbegrip van mijnen, valstrikken en andere mechanismen;

  • achtergelaten ontplofbare munitie:

ontplofbare munitie die tijdens een gewapend conflict niet is gebruikt, die is achtergelaten of gedumpt door een partij bij een gewapend conflict en al dan niet voor ontsteking zijn geprepareerd, van een ontsteking zijn voorzien, op scherp zijn gezet of anderszins voor gebruik zijn voorbereid;

  • niet-gesprongen munitie:

in een gewapend conflict gebruikte ontplofbare munitie die ontstekingsgereed is, van een ontsteking is voorzien, op scherp is gezet of anderszins voor gebruik is voorbereid, en die niet tot ontploffing is gekomen;

  • ontplofbare oorlogsresten:

achtergelaten ontplofbare munitie en niet-gesprongen munitie.

2. In alle gevallen waarin gevaar voor de veiligheid of gezondheid van werknemers kan bestaan door de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, wordt, alvorens werkzaamheden worden aangevangen, hiernaar een oriënterend onderzoek ingesteld.

3. Indien het oriënterend onderzoek de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten die gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid of gezondheid van werknemers niet uitsluit wordt een nader onderzoek ingesteld.

4. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat gevaar bestaat voor de veiligheid of gezondheid van werknemers door de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, worden die ontplofbare oorlogsresten opgespoord of andere passende maatregelen getroffen om dit gevaar te voorkomen.

5.Het opsporen van ontplofbare oorlogsresten wordt uitsluitend verricht door een bedrijf dat voor de te verrichten arbeid in het bezit is van een certificaat opsporen ontplofbare oorlogsresten dat is afgegeven door Onze Minister of een door hem aangewezen certificerende instelling.

6. De arbeid ten behoeve van het opsporen van ontplofbare oorlogsresten wordt uitsluitend verricht door een daarvoor gekwalificeerde persoon die is geregistreerd in het Register veilig werken defensiemedewerkers of het Register veilig werken met explosieve stoffen, bedoeld in artikel 1.5j, eerste lid, onderdelen b of d, dan wel door een persoon van wie de beroepskwalificaties zijn gecontroleerd en toereikend bevonden overeenkomstig de artikelen 23, 27 en 28 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties en die deze arbeid verricht onder voortdurend toezicht van een daarvoor gekwalificeerde persoon die is geregistreerd in het Register veilig werken met explosieve stoffen.

7. Het ruimen van ontplofbare oorlogsresten wordt uitsluitend verricht door explosievenopruimingseenheden van het Ministerie van Defensie.

8. Een bewijs van registratie en herregistratie in het Register veilig werken met explosieve stoffen dan wel een afschrift van een dergelijk bewijs is op de arbeidsplaats aanwezig.

9. Artikel 1.5ha is van overeenkomstige toepassing.

10. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het tweede tot en met vijfde lid.

 

twitterlinkedin
Deel.

Reageren niet mogelijk.